Archive for the ‘Natuur’ Category

Halong Bay

Monday, February 5th, 2007

Nadat we waren teruggekomen uit Sapa, hebben we een dag gehangen in Hanoi. De volgende dag zouden we alweer vertrekken richting Halong Bay. Volgens velen een van de must-sees in Vietnam en bekend om zijn schitterende karstgebergte.

Wij hadden via Columbustravel een tweedaagse reis geboekt voor slechts 40 USD per persoon. Hierbij zat inbegrepen het vervoer, overnachting op een boot en alle maaltijden. Erg goedkoop, aangezien concurrent Handspan dezelfde reis aanbiedt voor 95 USD. OK, het eten is wel iets beter en de boot misschien iets luxer, maar het verschil blijft wel erg groot. Bij Columbustravel krijg je iig wel waar voor je geld.

Santa Maria
Toen we aangekomen waren in Halong Bay City, konden we meteen aan boord van de Santa Maria. Deze boot biedt plaats aan 14 passagiers. Wij waren met zijn twaalven, dus er was ruimte zat. Het weer zat ook mee, dus we konden heerlijk relaxen op het dek. Het uitzicht op de rotsen is erg mooi. Volgens sommigen lijkt het heel erg op Guilin/Yangshou in China (waar wij niet zijn geweest overigens).

Het eten op de boot was ook goed, lekker veel seafood. Op de boot hebben we kennisgemaakt met Don, een Amerikaanse Vietnamees, en Graeme en Lara, een stelletje uit Zuid-Afrika. Met hen hebben we een hele gezellige tijd gehad op de boot.

Een tip: Mocht je ooit op zo’n boot overnachten, probeer dan een kamer te krijgen ergens voor in de boot. Wij hadden een kamer achter en zaten dicht bij de motor en de elektriciteitsgenerator. Met als gevolg dat we de hele nacht slecht hebben geslapen, zelfs met oorplugjes in :-(.

De tweede dag stond er kayakken op het programma. Met de kayak zijn we wat rustigere wateren gaan verkennen, waar het water helderblauw was en verder alleen maar pure rust. Heel erg relaxt… Voor we het wisten was het alweer voorbij en waren we weer op weg naar het vaste land. Na een megalunch aan wal werden we een aantal uur later alweer in Hanoi afgezet. We hebben iig heerlijk kunnen relaxen en genoten van het uitzicht. Dit was een prima afsluiter van onze Vietnamreis!

De rit naar Sapa

Monday, February 5th, 2007

Bij het plannen van onze reis door Vietnam hadden we rekening gehouden met het feit dat we de meeste tijd in het noorden door zouden brengen. Waarom? Omdat dit het mooiste gebied van Vietnam schijnt te zijn: Bergen, rijstvelden en etnische minderheden. Het noorden van Vietnam grenst aan China, de provincie Yunnan om precies te zijn. Aangezien we daar ook geweest zijn, hoopten we er op dat een en ander herkenbaar zou zijn.
De meeste toeristen gaan voor twee á drie dagen naar Sapa. Met de nachttrein kun je gemakkelijk van Hanoi naar Sapa reizen. Wij wilden echter meer zien, en wij hadden er 7 dagen voor uitgetrokken. Wij wilden de zogenaamde north-west-loop doen. Deze route is echter moeilijk te bereizen met openbaar vervoer, dus hadden we een Jeep met chauf en gids (Duy) gehuurd.

Eerste stop: Tu Le
De eerste dag hebben we meteen zo’n zeven uur in de auto doorgebracht. Als je net uit Hanoi rijdt, is het nog niet zo interessant. Pas na een paar uur rijden, zie je mooie natuur. Ontelbaar veel bergen en overal rijstvelden. De eerste dag kwamen we aan in Tu Le. Een superklein dorpje waar werkelijk geen toerist te bekennen is. Columbustravel had gelijk….

Het nadeel van een lokatie waar geen toeristen zijn, is dat je meteen een bezienswaardigheid bent voor de lokale bevolking. Door iedereen werden we met grote ogen aangestaard. We werden ontvangen in een huis, waar we onze eerste ‘homestay’ zouden ervaren. Een simpel huis op palen, met in de ene hoek een zitruimte met TV, de andere hoek de ‘keuken’ en de slaapruimtes waren afgeschermd met doeken. Voor het toilet en water moesten we naar buiten. Heel erg primitief allemaal. Er werd zelfs gekookt op hout!

Aangezien er in de bushbush weinig entertainment is ’s avonds, zijn we maar vroeg gaan slapen. De volgende ochtend werd ik om 05.00 gewekt door de kraaiende hanen, blaffende hond en de miauwende kat. Tjaaa….dit is het platteland he? Na het ontbijt zijn we een hike gaan maken door de omgeving. Hierbij werden we begeleid door een lokale gids; een 15-jarig meisje uit het dorp die geen Engels kon en superverlegen was. Gelukkig ging onze gids ook mee om haar weer te vertalen….. Het was cool om dwars door de rijstvelden te lopen, en verschillende dorpjes aan te doen. Dit gebied is echt afgelegen! Het is net kampong :-). In dit gebied hebben we vooral de H’mong en de Thai stammen gezien.

Tweede stop: Than Uyen
Na de hike zijn we weer op weg gegaan naar onze volgende bestemming. Na ca. drie uur rijden, kwamen we op onze bestemming aan, Than Uyen. Dit is een redelijk ontwikkeld dorp, maar heeeelemaal niets te doen of te zien. We hadden hier de middag vrij om wat rond te lopen. We waren binnen een half uur al weer terug in het hotel, waar we de rest van de dag maar wat hebben geslapen en TV gekeken (naar een van de drie zenders…).

Stop drie: Tam Duong
De volgende dag zijn we weer verder gereden. Onderweg weer genoten van de talloze rijstvelden en bergen. Eenmaal aangekomen in Tam Duong viel meteen op dat er hier weer hele andere stammen zijn dan wat we tot dan hadden gezien. In dit dorp hebben we veel vrouwen van de Mao stam gezien, herkenbaar aan de hoge hoofddeksels. Kort na aankomst zijn we meteen door de gids meegenomen voor een hike naar een waterval. Geen idee wat de naam hiervan is, maar het is een van de twee attracties in de buurt. De andere is een grot, die maar liefst een aantal kilometer lang is. Ook hier zijn we geweest. Gewapend met onze slippers zijn we door een local de grot doorgeloodst. Het was pikkedonker en nat. Sommige stukken moesten we bijna kruipend afleggen. Onze gids had nog zijn hoofd opengehaald aan een stalagmiet toen hij wat al te enthousiast zijn rug rechtte. Na een half uur lopen werden de doorgangen zo nauw en gevaarlijk dat we maar terug zijn gegaan. Eenmaal buiten hebben we nog een kopje thee gedronken bij onze ‘grotgids’. Haar man bleek de ontdekker van de grot te zijn… En daar was hij trots op :-). De grot zelf trekt nu nog nauwelijks toeristen, maar ze verwachten dat dat in de toekomst verandert. Ze zijn nu dan ook druk bezig om een en ander gereed te maken. Ik kan iig een ding meegeven. Deze grot is niet echt geschikt voor massatoerisme. Ik zie nl. de gemiddelde Westerling met zijn postuur echt niet zo eenvoudig door deze grotten kruipen…

Maar…. Columbustravel heeft zich wel aan zijn woord gehouden. We zijn idd weer op plekken geweest waar praktisch geen toeristen zijn.

Stop vier: Sapa
De volgende ochtend waren we klaar om naar onze eindbestemming Sapa te gaan. Helaas had de auto er minder zin in. De versnellingsbak had het begeven. Nadat de gids wat belletjes gepleegd had, zou een vervangende auto ons komen ophalen. Dit zou echter ca. twee uur duren :-(. Wij hebben in de tussentijd maar wat geïnternet in het internetcafeetje om de hoek. Ja, ook dit afgelegen minidorp had een internetcafe…

Na twee uur wachten, konden we onze reis voortzetten. Binnen een uur waren we aangekomen in Sapa. Sapa is in de afgelopen jaren een zeer populaire bestemming geworden. Het is gemakkelijk per trein (ca. 10 uur) te bereiken vanuit Hanoi. De meesten komen hier dan ook voor een paar dagen om cultuur te snuiven, te hiken en te genieten van de overweldigende natuur. Het dorp deed ons nog het meest denken aan een wintersportdorp in de Franse Alpen. Veel toeristische restaurantjes en hippe cafeetjes. Ook hier zie je de invloed van de toenemende stroom aan toeristen.

Toen wij aankwamen hebben we kennisgemaakt met onze lokale gids, Vinh. Jaja…overal waar we kwamen, kregen we naast onze eigen gids ook nog een lokale gids mee. Zo waren we iig verzekerd dat we niet zouden verdwalen. Je kan maar nooit te zeker van je zaak zijn he?

Ban Ho
Kort na de kennismaking zijn we met onze twee gidsen op pad gegaan. In Sapa was het enorm mistig. We hadden nog geen 30 meter zicht. We werden met een busje ca. 20 km verderop afgezet, waar het zicht gelukkig veel beter was. Vanaf hier hebben we gehiked naar het dorp Ban Ho waar we zouden blijven overnachten (homestay). De omgeving hier is prachtig. Je loopt door bergachtig terrein en het uitzicht is fenomenaal. De homestay was wat professioneler dan die we in Tu Le gehad hebben. Deze had speciale ruimte voor de gasten en had zowaar een toilet en stromend water. Na het nuttigen van de door onze gidsen gekookte maaltijd zijn we maar vroeg gaan slapen.

Thanh Phu
De volgende ochtend zijn we na het ontbijt weer op pad gegaan. Het had de hele nacht geregend waardoor de paden enorm modderig waren. Sommige stukken waren redelijk lastig, steil en veel rotsen. Ongeveer 3 uur en 6 km verder bereikten we het dorp Thanh Phu. Dit is een van de verst gelegen dorpjes vanaf Sapa. Hier werden we hartelijk ontvangen door onze gastheer van vanavond. Jiok was meteen gebiologeerd door zijn varkens. Je kon meteen zien dat deze familie wat welvarender was dan waar we tot nu toe hadden overnacht. Overigens waren de voorzieningen nog steeds primitief.
In de middag zijn we met onze gidsen wat rond gaan lopen. Onderweg zijn we bij een lokale familie binnengestapt en konden we via onze gidsen met de bewoners praten. Dit bleek een zeeeer arme familie te zijn. Ongelofelijk om dergelijke armoede te zien. Deze mensen hebben werkelijk bijna niets om van te leven…

Ook in zo’n dorp is er nog een verschil tussen ‘rijk’ en arm, want ’s avonds werden we bij onze gastfamilie getrakteerd op een vers geslachte eend. Er werd ons een waar feestmaal voorgeschoteld, inclusief huisgemaakte rijstwijn. De eend was wat taai, maar dat mocht de pret niet drukken ;-). ’s Avonds gingen onze gids en de gastheer nog bij de buren karaoke zingen, zodat we voor het slapen gaan nog konden genieten van wat ouwerwetse Vietnamese tranentrekkers. De kwaliteit van zingen was zo dramatisch dat de tranen idd in mijn ogen sprongen. Gelukkig werden we gered door een plotselinge stroomuitval…:-).

Zo’n homestay is best cool. OK, je betaalt ervoor ipv dat je uitgenodigd bent door zo’n familie, maar dat doet geen afbreuk aan de ervaring. Je maakt van heel dichtbij mee hoe deze mensen leven en wat zij dagelijks zoal doen. En dat is heeeel anders dan wat wij kennen! Daarnaast stimuleer je hiermee toch een beetje de lokale economie.
Het is heel apart om ’s ochtends vroeg de hanen te horen kraaien, en gewekt te worden door het geluid van hongerige varkens, honden en katten.

De volgende dag zijn we teruggelopen naar Ban Ho. Daarvandaan zijn we naar Sapa gegaan om onze trip af te sluiten. In Sapa hebben we nog de markt bezocht en wat gegeten. Helaas hebben we niet de Lovemarket mee kunnen maken. De Lovemarket wordt elke zaterdag gehouden en op deze markt komen alle jongeren uit de buurt in de hoop een toekomstige partner te vinden. Leek ons erg leuk om mee te maken :-).

Ga je ooit nog een keer naar Vietnam, dan is het zeker aan te raden om naar Sapa te gaan. Een 7-daagse rondreis kost misschien teveel tijd (en geld), maar een paar dagen op en neer naar Sapa met de trein is zeker goed te doen. Als je daar aankomt is het zeker aan te raden om een gids in de arm te nemen en een of twee nachten homestay te doen. Zo’n ervaring vergeet je nooit meer!

Huangshan - de beklimming van een mythische berg

Friday, November 17th, 2006

Huangshan is een van de beroemdste bergen in China. Menig Chinese dichter en schilder heeft de ‘Gele Berg’ als bron van inspiratie gebruikt. Deze berg stond dan ook hoog op onze todo-lijst. We hebben diverse bergen laten schieten om onze energie te sparen voor de beklimming van Huangshan. En achteraf bezien, hebben we dit niet verkeerd ingeschat. De beklimming was behoorlijk zwaar! Maar het was het allemaal waard, want Huangshan is echt schitterend!

De reis er naar toe
Voor Huangshan hadden we in totaal drie dagen uitgetrokken. De eerste dag zijn we met de trein vanuit Nanjing naar het dichtsbijzijnde stadje gegaan, Huangshan City a.k.a. Tunxi. Dit stadje is de springplank voor de beklimming van Huangshan. De treinreis duurde ca. 6 uur en was rustig en redelijk comfortabel (ondanks dat we hardseats hadden). In Tunxi hebben we overnacht in een hostel. In het dorp is verder weinig te doen of te zien. We hebben wat ingeslagen voor de volgende twee dagen op de berg, aangezien het eten en drinken duurder wordt naarmate je hoger komt. Daarna zijn we maar vroeg gaan slapen aangezien we om 6.30 de bus moesten hebben naar Huangshan.

Vanaf het station gaan tientallen busjes richting Huangshan. De rit duurt ongeveer anderhalf uur en kost 13 yuan (1,30 euro). In de bus hebben we Bindoo ontmoet, een Canadees uit Edmonton, wiens ouders oorspronkelijk uit India komen. Bindoo werkt sinds twee maanden in Suzhou als leraar Engels. Samen met Bindoo begonnen we aan de zware beklimming.

De beklimming
Er zijn drie routes om Huangshan te beklimmen. Een zware, een nog zwaardere, en de makkelijke route. De makkelijkste manier om Huangshan op te gaan is met de kabelbaan. Aangezien dit voor ons weinig uitdaging is, was dit geen optie voor ons. Wij hebben gekozen voor de zware optie. Dat is een 6,5 km lange beklimming langs de oostkant, waarvan het pad alleen uit trappen bestaat. De nog zwaardere route gaat langs de westkant, en is maar liefst 13 km lang.

Hoewel de beklimming zwaar was, is het me alleszins meegevallen. In totaal hebben we er 3 uur over gedaan. Ook Jiok heeft de klim goed overleefd. Bindoo was er wat slechter aan toe, aangezien hij normaal gesproken weinig aan beweging doet en de afgelopen twee maanden als een gek gezopen en gerookt heeft. Onze hikes naar de Everest Base Camp en in Yading vond ik veel zwaarder. Ik denk dat de hoogte toen veel meer invloed had. In Huangshan klim je naar ongeveer 1500 meter hoogte, dus er is in ieder geval genoeg zuurstof. Wat heel opvallend is, is dat je tijdens de klim constant mannetjes ziet die (zware) spullen naar boven en naar beneden brengen. Dit verklaart ook deels de dure prijzen van goederen naarmate je hoger op de berg komt. Ongelofelijk dat ze daarvoor niet de kabelbaan gebruiken…

Huangshan is eigenlijk een verzameling van bergen en pieken. Boven zijn er enkele trails die je kunt bewandelen. Deze zijn gelukkig over het algemeen wat vlakker. Tevens merk je ook hier dat het toerisme in China enorm groeit. Regelmatig kom je hordes toeristen tegen, begeleid door een gids, die door een mobiele speaker alle weetjes opratelt. Tja, ook hier is er weinig mogelijkheid om in rust te genieten van de omgeving.

De overnachting
Als je een trip naar Huangshan maakt, moet je eigenlijk een nacht doorbrengen boven op de berg. Sommige mensen doen Huangshan in een dag. Dan is het onvermijdelijk om minstens een keer de kabelbaan te nemen. Naar boven en naar beneden lopen is een te zware aanslag op je fysieke gesteldheid. Wij hebben er idd voor gekozen om een nacht op de berg te blijven, zodat we een zonsondergang en zonsopgang kunnen zien. Op de berg zijn een aantal hotels en blijkbaar ook een hostel. De hostel hebben wij niet kunnen vinden. Kamers in de hotels zijn enorm duur. Voor een kamer betaal je al snel 85 euro. Wij hebben voor het eerst gekozen om in een dorm te slapen. Jaja…..we verleggen steeds meer onze grenzen :-). Een bed in een dorm kostte nog steeds 15 euro! En dan deel je een kamer met nog 6 anderen…

De zonsondergang was heel erg mooi. Er zijn verschillende locaties om de zonsondergang te bekijken. Wij kozen voor de Pink (op sommige kaarten Red) Cloud Peak. En toen de zon onderging begrepen we pas waarom deze piek deze naam draagt. Er verscheen een schitterende roze gloed ;-).

Voor de zonsopgang zijn we naar dezelfde locatie gegaan. Hoewel het niet de beste plek was, konden we hier wel ongestoord turen naar de horizon. Een piek verderop was het nl. veel drukker en vooral rumoeriger. Chinezen moeten blijkbaar op zulke momenten allerlei verhalen uitwisselen….. En als de zon tevoorschijn komt, gaan ze als een gek gillen, alsof ze voor het eerst de zon zien ;-). Yeah….! De zon is er! Heel apart allemaal…. En dan te bedenken dat de meeste Chinezen niet eens van zon houden. Op straat zie je regelmatig dames met parapluutjes, bang dat hun huid iets bruin wordt. Hier ben je hoe witter, hoe mooier. Dat is bij ons wel anders ;-).

De afdaling
Na de zonsopgang hebben we goed ontbeten en daarna zijn we begonnen aan de afdaling. We zijn via de westkant (ja, 13 km lang) naar beneden gegaan. Onderweg heb ik de Celestial Peak meegepakt, een van de hoogste pieken op Huangshan. Jiok bedankte daarvoor na het zien van de aanloop, een paar honderd meter steile trap naar boven. Maar woooowww, wat was dit een bizarre hike! Het uitzicht was fenomenaal, en de route ook. Regelmatig stond het zweet op mijn voorhoofd. Niet van de inspanning, maar van het zicht langs de steile wanden naar beneden, en de vaak smalle en enigzins gevaarlijke paden. Hoogtepunt was een stuk waarbij het pad iets meer dan een meter breed was, en aan weerszijden vrijwel recht naar beneden liep. Hier steeg mijn adrenaline naar een hoogtepunt, enerzijds omdat je rondom een schitterend uitzicht hebt en anderzijds elke misstap fataal kan zijn. Het pad naar beneden was net zo spannend met af en toe enorm lange, steile trappen tussen rotsen waar ik met mijn schouders net tussen paste.

Deze omweg heeft mij drie kwartier geduurd, waarna ik Jiok weer ontmoette om de afdaling te vervolgen. Bindoo had ons aan het begin van de afdaling al verlaten en de kabelbaan naar beneden genomen. Hij trok het simpelweg niet meer. In totaal heeft de afdaling zo’n zes uur geduurd.

Ik heb nog een aantal dagen last gehad van spierpijn. Jiok had daarnaast last van een overbelaste knie. Maar we hebben er iig wel een voldaan gevoel aan overgehouden. Wij hebben twee dagen rondgehangen op Huangshan en niet alles gezien. Je kunt er gemakkelijk drie dagen verblijven. Ach, misschien voor de volgende keer (niet als het aan Jiok ligt ;-)).

De autotrip Chengdu - Lijiang

Wednesday, November 1st, 2006

Nadat we weer een aantal dagen in Chengdu hebben gechilled, was het weer tijd om door te reizen. In eerste instantie zouden we met de trein langzaam aan naar de volgende provincie (Yunnan) doorreizen. Echter, onze nieuwe vrienden hadden ook vakantie genomen en zouden met de auto een ongelofelijk mooie autorit maken naar het (zuid-)westen van Sichuan. Volgens de Lonely Planet en andere bronnen is dit een enorm mooie (en nog niet vaak begane) route langs allerlei schitterende landschappen. Ze boden ons aan met hen mee te rijden. Hmmmm……erg verleidelijk, maar komt onze planning dan niet in gevaar? Na wat rekenen, en schuiven hebben we besloten om met hen mee te gaan, aangezien dit een eenmalige kans is om redelijk ongerepte delen van China te zien. Het plan was dat ze ons bij hun eindbestemming (Daocheng) af zouden zetten en dat wij dan verder met de bus zouden reizen naar Lijiang. Van Daocheng naar Lijang zouden we nog ca. 2 dagen met de bus moeten reizen.

Nu ca. 9 dagen later kunnen we zeggen: WOOOOWWW! Dit was echt een onvergetelijke autotrip in vele opzichten. Qua natuur (schitterende afwisselende landschappen, kleine dorpjes), gezelschap en verrassingen (waaronder 3 keer autopech en afgezet in Lijiang).

Ik hoop dat Jiok jullie iets meer zal vertellen over de feiten van de route Chengdu - Litang - Daocheng - Lijiang. Zo niet, hebben jullie pech ;-). De route is werkelijk schitterend! Het landschap bestaat uit bergen, bergen en bergen. Maar……de ene berg is de andere niet, hebben we ondervonden. We hebben mooie beboste bergen gezien in alle herfstkleuren die je maar kunt bedenken. We hebben zelfs bomen gezien die roze-paarsig zijn verkleurd! Verder enorme graslanden en schitterende dorpjes. Veel dorpjes zijn bewoond door Tibetanen. Tussen Litang en Daocheng zit je opeens tussen de rotsen, totaal geen vegetatie, alleen enorm grote rotsen. Beetje onwerkelijk allemaal. En natuurlijk veel water. Rivieren, beekjes, watervallen, noem maar op. Het was een beetje een combinatie van wat we hebben gezien in Jiuzhaigou en Tibet.

Ons gezelschap bestond uit A Ching, zijn vriendin Sugar (chinese naam vrij vertaald Sneeuwvlokje), en zijn moeder. A Ching blijkt een enorme fotografieliefhebber te zijn, dus dat kwam goed uit :-). Regelmatig hebben we langs de weg gestaan om foto’s te maken, terwijl de dames uit hun neus zaten te eten :-D. En natuurlijk elkaars lenzen uitgewisseld. Daarnaast zijn onze vrienden net zo cheap als wij, haha…..Dus lekker goedkope accommodatie en goedkoop eten. En als toppunt: een sluiproute om een dorpje (Suhe) binnen te komen, om entreegeld te ontlopen. Al met al, hele prettige reisgenoten dussssss…

Onderweg uiteraard ook de nodige verrassingen meegemaakt. Een paar daarvan later meer. Maar deze wilden we ook zeker vermelden. Onderweg bleek dat onze vrienden ons niet in Daocheng wilden droppen, maar ons helemaal wilden afzetten in Lijiang. Helemaal toppie natuurlijk! Dit hadden we vantevoren niet durven dromen. Lijiang blijkt nl. een van hun favoriete steden te zijn en ze konden ons naar die plekken brengen die we absoluut gezien moesten hebben. Eenmaal in Lijiang zijn we zelfs nog zuidelijker gereden, naar Dali. Het was aan ons om te bepalen waar we wilden blijven. We hebben uiteindelijk ervoor gekozen om met hun weer terug te rijden naar Lijiang. Waarom horen jullie later.

Huanglong National Park

Friday, October 20th, 2006

Na Jiuzhaigou zijn we richting Huanglong National Park gegaan. Dit park staat bekend om zijn watervallen en heldere vijvers in terrasvorm.  Heel erg apart moet ik zeggen. Het park is lang niet zo groot als Jiuzhaigou. Een hikingpad rond de bezienswaardigheden brengt je binnen vier uur van de ingang weer naar de uitgang.

Op zich is het park best mooi, maar na Jiuzhaigou is het toch een beetje tegengevallen, waar we eigenlijk vantevoren al een beetje bang voor waren. Het pad naar boven is nog het mooist. Je loopt door een bos met hoge dennebomen en dit pad is relatief rustig. Het pad terug naar beneden is het toeristische pad, waar je massa’s toeristen tegenkomt. Vreemd genoeg nemen de meesten dit pad naar boven, wat volgens de bordjes niet de bedoeling is. Grappig is dat er heel veel mensen gebruik maken van een busje zuurstof, omdat het park op ruim 3100 meter hoogte gelegen is. Om de zoveel meter hoor je dan ook iemand heftig zuurstof happen, wat een beetje klinkt als Darth Vader ;-).

Al met al vind ik dit niet echt een aanrader. Zeker gezien de entreeprijs van 200 (!!!) yuen. Het valt meer onder de categorie “leuk om gezien te hebben, maar niet noodzakelijk”. En als je er toch ooit naar toe gaat, zorg er dan voor dat je eerst hier naar toe gaat en daarna pas naar Jiuzhaigou.