Terwijl Jiok aan het beschrijven is wat we zoal hebben gezien (heeeel veel), zal ik een globale indruk geven van de trip.
Landschap en weer
Op het moment dat we met de Landcruiser Lhasa uitrijden zijn we meteen onder de indruk van het landschap. Overal waar we kijken, zien we alleen maar bergen. Bergen in alle kleuren, structuren en maten. Groene valleien met (yak)koeien, schapen en geiten. Stroomende beekjes, droge rivierbeddingen, het is werkelijk ongelofelijk hoe mooi het landschap is. Onze foto’s kunnen maar moeilijk een beeld schetsen van hoe het werkelijk is. Onze reisgenoten (de Amerikanen, MacKenzie en Scott) waren misschien nog wel enthousiaster! Helaas zie je dat de lokale bevolking en toeristen (vaak Chinezen) niet evenveel respect voor de natuur hebben als wij. Regelmatig zien we enorme troep, plastic, blikjes en zuurstofflessen langs de weg liggen. Waarschijnlijk hebben de Tibettanen hun prioriteit ergens anders liggen, maar de Chinese toeristen zouden toch wel beter moeten weten!
We hebben geluk gehad dat we tot de laatste dag schitterend weer hebben gehad. Vaak helderblauwe luchten en soms wat bewolking. Met de zon kan het heel warm zijn, maar zodra er wat schaduw is, is het meteen koud. We zijn dan ook constant bezig met jas uit en jas aan… Op de een-na-laatste dag krijgen we sneeuw. Net op het moment dat we op weg zijn naar een van de mooiste meren in Tibet (Nam Tso Lake). Dit meer hebben we helaas niet kunnen zien, maar we hebben tenminste wel sneeuw meegemaakt in Tibet ;-).
Wegen
Het wegennet in Tibet is redelijk goed ontwikkeld. We hadden niet verwacht dat er zoveel asfalt zou zijn, van enorm lange (snel)wegen (allemaal eenbaans overig, zoals onze provinciale wegen) tot aan bochtige bergpassen. En er wordt hard gewerkt om de meest doorgaande wegen ook te asfalteren.
Waar we de eerste uren alleen maar op asfalt rijden, gaat het op een gegeven moment over op onverharde wegen. We zijn opeens heel blij dat we toch voor de nieuwere auto hebben gekozen i.p.v. de oude, die veel mindere vering en schokdemping had. Regelmatig zijn we bergen opgereden via onverharde bergpaden die geen vangrail o.i.d. hadden, en waar je letterlijk honderden meters naar beneden kon kijken. Niets voor mensen met hoogtevrees dussss…..
Karma, de Chauffeur
Onze Tibettaanse chauffeur, Karma (met zo’n naam kan ons natuurlijk niets meer gebeuren ;-)), is een hele aardige kerel. Helaas spreekt hij nauwelijks Engels, en spreekt hij Mandarijn met een gigantisch accent, waardoor Jiok hem vaak niet verstaat. Gaandeweg de trip komen we er achter dat hij niet zo goed kan praten en rijden tegelijk, dus laat Jiok hem maar met rust. Hij heeft een zeer veilige rijstijl (lees langzaam) op asfalt en rijdt net zoals alle chauffeurs in China en Tibet met een hand op de claxon. Op de bochtige onverharde wegen is hij in zijn element. Dan gaat hij als een speer over de hobbels en keien heen. Heel gaaf om te zien, en vooral om te voelen. Het is vaak net een achtbaan :-). En zijn Tibettaanse cassettebandje is onvergetelijk. Mac vond de muziek zo leuk dat ze terug in Lhasa meteen de CD wilde kopen. Helaas heeft ze die niet kunnen vinden…
Overnachten en eten
De steden/dorpjes die we aandeden, hebben op de bezienswaardigheden na weinig te bieden. We mochten al van geluk spreken als we een goed hotel konden vinden en iets behoorlijks om te eten. Qua hotels hebben we 4 van de 6 nachten een redelijk tot goed hotel gehad en de andere 2 waren dramatisch. Een nacht (dag 3 in New Tingri/Shegar) hebben we gekozen voor een kamer met gedeelde douches en toiletten, omdat het enige hotel in het dorp die wel goede kamers had, veels te duur was (30 euro). Mac en Scott kozen wel voor de dure kamer. Achteraf bleek, dat “we had chosen poorly”, zoals Mac dat altijd zegt. We moesten vroeg opstaan (06.00) om de zonsopgang te bekijken, maar helaas was er geen warm water voor 7.30! Wij wilden toen naar het hotel van Mac en Scott lopen om te douchen, maar toen we buiten kwamen, was het pikkedonker en toen beseften we dat we onmogelijk hun hotel zouden kunnen vinden in de bushbush. Helaas pindakaas, dan maar niet douchen :-(. Helemaal zuur, omdat we zeker wisten dat we de volgende nacht in een nog primitievere accommodatie zouden verblijven, nl. de guesthouse van een tempel bij de Everest Base Camp.
Toen we aankwamen bij die tempel (en de guesthouse) wist Scott het al meteen: we gaan hier niet overnachten! Helaas voor Scott was het 3 tegen 1, want we wilden allemaal de Everest zien bij zonsop- en ondergang. De guesthouse was niets meer dan allemaal kamertjes met bedden, geen stromend water, een publieke toilet en een shabby restaurant. We hebben een 4-persoons kamer gedeeld met Mac en Scott, wat overigens heel gezellig was. ’s Avonds hebben we instant-bamisoep gegeten en wat nasi. Niemand van ons is erg gek op yakvlees, en bovendien heeft Scott een zwakke maag, dus die is helemaal voorzichtig met eten. Verder hebben we onze een-na-laatste nacht in Lhasa nog een kamer gedeeld met hen, omdat onze laatste dag bij de Nam Tso Lake niet doorging vanwege hevige sneeuw. We moesten toen ’s avonds op goed geluk een kamer zien te vinden in Lhasa, terwijl het retedruk was in Lhasa vanwege de nationale feestweek.
Van al die dagen hebben we welgeteld 2 keer echt goed gegeten. Eerste keer in Tingri (een van onze slechte nachten) en tweede keer toen we weer terug in Lhasa waren. In Tingri hebben we wat gerechten besteld met z’n allen, zoals Kung Pao kip, hete kip, spinazie, en nog wat groente. Verrassend genoeg smaakte dit zeer goed. Zelfs Scott was te spreken over het eten. In Lhasa snakten we allemaal weer naar behoorlijk eten. We gingen op veilig en kozen voor het restaurant (Dunya) waar Mac en Scott vaak hebben gegeten. De tent is van een Nederlandse eigenaar en ze hebben een westers menu. Toen we aankwamen was de tent helemaal afgeladen. Vreemd genoeg met allemaal blanke bejaarden! Ik en Jiok waren de enige niet-blanken in de tent…. We hebben daar een heerlijke vegetarische burger gegeten met frietjes en verse tomatensoep, hahaha….
Mount Everest
De eerste keer toen we de Mount Everest op grote afstand zagen, was heel bijzonder. De hoogste berg van de wereld! En we zouden de Everest van nog veel dichterbij zien! We zouden nl. naar de Everest Base Camp (EBC) gaan. Helaas gaat de auto niet helemaal naar de EBC toe.
We werden gedropt bij een tempel (de hoogste ter wereld op ruim 5000 m hoogte) en vanaf daar was het nog zo’n 9 km hiken naar de EBC. Of we konden voor 3 euro pp een paard en wagen nemen (enkeltje). Wij besloten te gaan lopen zodra we onze spullen gedumpt hadden in de guesthouse. Al na een paar honderd meter voelden we hoe zwaar het is om op grote hoogte te hiken. Terwijl Scott en Mackenzie in hoog tempo doorliepen, stonden Jiok en ik te hijgen en te puffen na elke paar honderd meter. Meer dan de helft ging ook nog eens bergop! Na een half uur waren we Mac en Scott al uit het oog verloren. En ondertussen zagen we alle luie Chinezen met paard en wagen voorbij komen. Regelmatig is bij ons de gedachte opgekomen: zullen wij ook? Maar nee, volhouden!
Na tweeeneenhalf uur hadden we eindelijk de EBC bereikt. En wat viel dat tegen zeg! Ok, de Everest van zo dichtbij was heeeeel indrukwekkend, maar de Base Camp was slechts een toeristische Base Camp met tenten waar je wat kon eten, drinken en zelfs overnachten. Verder wat souvenirtentjes en zelfs een China Post! Maar geen klimmer te bekennen! We waren zo uitgeput dat we niet eens van de Everest konden genieten…. Het was boven ijskoud en het waaide loeihard. En waar waren Mac en Scott? We dachten dat ze doorgelopen waren (achteraf bleek dat ze op een heuveltje zaten, en ons wel hadden gezien en geroepen), dus zijn we even uit gaan rusten voor de terugtocht. Hoewel de terugtocht veel gemakkelijker is (bergaf voor groot gedeelte), hebben we toch maar gekozen voor de paard en wagen. Ik weet het, heel zwak van ons, maar we hadden heen wel helemaal gelopen en dat gaf ons genoeg voldoening. Mac en Scott hebben de terugweg helemaal gelopen. Zij hadden de EBC bereikt na ca. anderhalf uur lopen. Respect! Ik moet zeggen dat zij de meest fitte Amerikanen zijn die we hebben ontmoet.
’s Ochtends hebben we de Everest nog bij zonsopgang gezien. Heel erg mooi. Kort daarna moesten we meteen door, want we hadden een lange autorit voor de boeg.
Mensen
We hebben gemerkt dat de lokale bevolking al een beetje is ‘verpest’ door de vele toeristen die Tibet aandoen. Op het moment dat ze ons zien, steken ze meteen hun hand op en zeggen ‘money, money’. Er is enorm veel armoe. Het is triest om te zien hoeveel zwerfkinderen er zijn. Vaak zijn het enorm schattige kinderen en het is dan ook moeilijk om ze niets te geven. Soms geven we ze appels, of koekjes, maar iig geen geld.
We hebben Chinese toeristen gezien die het wel heel bont maken. Chinese toeristen willen nl. en masse op de foto met een lokale Tibettaan, en op het moment dat ze een foto gaan maken duwen ze meteen geld, snoep of een potlood in de handen. Schaamteloos werkelijk. Op veel plaatsen zie je dan ook dat als je een foto van een local wilt maken, steekt ie meteen zijn/haar hand op om geld te vragen. Als je denkt: heee, wat weinig foto’s van mensen, dan is dit de reden…
Wij merken dat de Tibettanen in eerste instantie nogal sceptisch naar ons kijken. Wij zien er nl. uit als al die andere Chinezen en dus zien ze ons als de ‘onderdrukkers’. Op blanken zie je ze heel anders reageren. Echter, als ze merken dat we uit NL komen, slaat hun houding vaak om en zijn ze aardiger en vooral nieuwsgierig. Wel is het raar om te zien dat er weinig te merken is van de spiritualiteit waar Tibet om bekend staat. Alles draait om overleven en geld. Vaak zijn de toeristen die Tibet aandoen veel spiritueler.
Al met al vinden we Tibet heel indrukwekkend qua natuur en cultuur. Echter, het heeft onze hart nog niet gestolen, zoals we wellicht vooraf verwacht zouden hebben. We willen zeker nog een keer terug gaan om de wat minder gebaande paden te betreden. Tegen die tijd zal er zeker heel veel veranderd zijn.